Chindia
'Jullie zijn nummer één in software, wij in hardware...Samen zijn we de nummer één in de wereld.’ Deze ronkende soundbite met voorspellende waarde staat op het conto van Zhu Rongji, tot maart 2003 premier van China. Sindsdien is de term Chindia, ooit bedacht door een Indiaas politicus, een eigen leven gaan leiden. Voor een enkeling slaat het op de moeizame politieke verstandhouding tussen de twee, maar voor de meesten staat Chindia voor de gelijktijdige opkomst van twee economische reuzen die bij elkaar tweederde van de wereldbevolking uitmaken.
Weer anderen hanteren het begrip wanneer ze de aversie bedoelen die beide landen koesteren jegens het door Amerika gedomineerde internationale stelsel. Of het nu gaat om klimaatoverleg of om de liberalisering van de wereldhandel, China en India trekken samen op en vormen met andere ontwikkelingslanden één front tegen Westerse betweterij.
Zelfs Amerika’s doorbraak als economische supermacht in de negentiende eeuw of het naoorlogse Wirtschaftswunder in Duitsland en Japan en recentelijker Zuid-Korea, vallen in het niet bij de opzienbarende groei die China (gemiddeld 10 %) en India (7 %) de afgelopen twintig jaar laten zien. De vraag die steeds meer wetenschappers stellen is: Zullen zij zich schikken in het bestaande bestel of luidt hun pasverworven prominente status op het wereldtoneel het begin in van een geheel nieuwe wereldorde?
In zijn boek When China rules the world concludeert Guardian-columnist Martin Jacques: ‘China’s uitwerking op de rest van wereld zal minstens even groot zijn als die van de Verenigde Staten in de afgelopen eeuw, waarschijnlijk wordt China’s impact ingrijpender.’ Hij beweert dat China het Westen een alternatieve marsroute op weg naar modernisering voortovert en daarmee een andere kijk introduceert op de huidige wereldorde. China moderniseert, maar verwestert niet, betoogt hij. Oppervlakkig bezien vertoont het Chinese businessmodel wel dezelfde streken als het Westerse kapitalisme. Maar zonder liberalisering van de sociale orde en checks and balances die het Westerse systeem kenmerken. Er staat ons een heroriëntering op politiek en samenleving te wachten, China’s wereldhegemonie is aanstaande, orakelt Jacques.
Hard power, het rollen van economische spierballen en het benutten van militair overwicht, heeft kennelijk zijn langste tijd gehad. Politieke en culturele invloed, of zogeheten soft power, is veel effectiever. En juist daarin ziet Jacques, mede-oprichter van de Britse denktank Demos, China’s kracht, als antwoord op Amerika’s honderdjarige dwingelandij in de internationale arena.
Jacques is helaas overtuigender wanneer hij de verschillen met het Westen beschrijft dan wanneer hij zijn thesis over China’s hegemonie probeert te onderbouwen. Voor wereldoverheersing en een nieuwe wereldorde is meer nodig, bijvoorbeeld het opzetten van alternatieve instituties waar andere staten graag aan deelnemen en vooral: leiderschap bij het vormen van allianties van wereldformaat. India en China hebben nog een lange weg te gaan.
|