Taiwan viert 'VOC 2002-feest' volop mee
"Met komst Hollanders begon de geschiedenis van
Taiwan"(juli 2001)
In 2002 zal Nederland bol staan van de
VOC-activiteiten. Het is dan 400 jaar geleden dat de Verenigde Oostindische
Compagnie werd opgericht. Maar, niet alleen in ons land wordt daar uitvoerig bij
stilgestaan. Zo zal Taiwan als ex-VOC nederzetting vol
enthousiasme inhaken op wat de organisatie van VOC 2002 vooral een 'Hollandse
feestje' noemt. Met exposities (ondermeer in het prestigieuze National Palace
Museum te Taipei) en congressen staat Taiwan stil bij de korte, maar
nadrukkelijke, aanwezigheid van de Roodharige Barbaren op het eiland, toen
Formosa genoemd. Immers: met de komst van de Hollanders begon de geschiedenis
van Taiwan.
 Het Hollandse fort Zeelandia, door kunstenaar
Vingboons.
Nog maar zo'n luttele tien jaar is er sprake van serieus onderzoek naar het
verleden van Taiwan door Taiwanese historici zelf. De reden hiervan is, aldus
historicus prof. Chen Kuo-tung, dat Taiwan tot die tijd doorlopend was geregeerd
door buitenstaanders: Hollanders en Spanjaarden in de 17e eeuw, de Chinezen van
het vasteland - de Qing-dynastie -, de Japanners gedurende vijftig jaar in de
20e eeuw, en na 1949 de Kuomintang, nationalisten onder aanvoering van Chiang
Kai-shek, die hun toevlucht vonden op Taiwan. "Tot 1987 heerste op Taiwan een
strikt regime, ondersteund door de Wet op de Noodtoestand die als
verdedigingsmaatregel werd ingesteld tegen het communistische vasteland. In 1987
werd de Wet opgeheven en kwam de eerste op Taiwan geboren president aan de
macht, Lee Teng-hui. Voor het eerst durfden de Taiwanezen zich uit te spreken.
Voor ons, historici, brak een gouden tijd aan. We kregen het recht om de
geschiedenis van ons land te leren kennen", aldus professor Chen. Hij is een
half jaar in Nederland, waar hij de Europese leerstoel Chinese Studies bekleedt
aan het International Institute for Asian Studies in Leiden.
De Nederlandse periode in Taiwan in de 17e eeuw was kort, maar de 38 jaar
durende aanwezigheid had een grote invloed op de verdere vorming van Taiwan. "In
feite begon met de VOC de geschiedenis van ons land", aldus Chen. "De Hollanders
zorgden ervoor dat de eerste geschriften verschenen, een zeer belangrijke bron
van informatie voor ons". Professor Chen doelt met name op de Dagregisters van
kasteel Zeelandia, het bestuurscentrum van de kooplieden aan de westkust van
Taiwan. Van 1629 tot 1662 werden dit dagelijks verslag geschreven. De Taiwanese
historicus Chiang Shu-sheng is al enige tijd bezig de 4 dikke delen omvattende
Dagregisters te vertalen in het Chinees. Deel een is inmiddels verschenen.
Chiang: "De teksten betreffen voornamelijk de handelsaspecten, maar geven ook
veel inzicht in het dagelijks bestaan van de VOC dienaren. Ze leefden er met
relatief veel mensen op een beperkte ruimte en hun leven was vaak saai.
Conflicten, ruzies en ook zelfmoorden waren het gevolg. De ruzies inclusief de
opgelegde straffen staan allemaal beschreven".
Van groot belang voor de Taiwanese historici zijn met name de gedetailleerde
landkaarten, de geografische aantekeningen en de beschrijvingen van de lokale
bevolking. De inheemse bevolking van Taiwan bestond uit verschillende groepen,
van austronesische afkomst. In het moderne Taiwan leven nog een kleine 400.000
van deze aborigines. Op een bevolking van 22 miljoen, voor de rest bestaande uit
Han-Chinezen, is dit niet veel. De laatste jaren echter is er grote
belangstelling voor de cultuur van deze bevolkingsgroepen: ook zij maken deel
uit van de geschiedenis van Taiwan.
Voor de lokale bevolking betekende de komst van de VOC uiteindelijk een
catastrofe. Professor Chen: "De stammen leefden in een los verband, zelfs een
leider ontbrak. Ze leefden met name van de hertenjacht en deden aan
koppensnellerij, voornamelijk als amusement; in feite hadden ze een goed
leventje". Daaraan kwam een eind aan toen de VOC besloot gebieden te gaan
exploiteren voor de landbouw, en pachters aan te trekken vanuit het vasteland
van China. Daarmee verdwenen jachtgebieden en ontstonden spanningen met de
Chinese nieuwkomers. Geregeld braken opstanden uit onder de aboriginals. Maar
ook de Chinezen kwamen in verzet, met name toen zij vanaf 1640 werden verplicht
hoofdelijke belasting te betalen. Een zo'n opstand, in 1657, kostte 4000 Chinese
boeren leven.
Rust en gehoorzaamheid, dat hadden de Hollanders nodig. Alleen dan kon geld
verdiend worden en dat was toch de reden waarom men in Taiwan was gekomen.
'Verzeild geraakt' is eigenlijk een beter woord: in feite was vestiging op
Taiwan geen bewuste keus van de VOC geweest. Directe, vrije handel met het
Chinese keizerrijk verkrijgen, dat was de al jarenlang gekoesterde wens van de
Compagnie. De pogingen om met Chinese autoriteiten te onderhandelen liepen
echter op niets uit. Zo eindigde een drieste aanval op Macao in 1622 abrupt,
toen de Jezuiet en sterrenkundige Adam Schall met astronomische precisie mikte
op een Hollandse oorlogsbodem en daarbij de kruitvaten aan boord raakte. Na een
kort avontuur op de eilandengroep Pescadores voor de westkust van Taiwan,
vestigden de kooplieden zich op het hoofdeiland om er een entrepot op te zetten
voor de handel tussen Japan en Batavia. Chinese handelaren zagen hun nering
bedreigd en verhinderden deze poging met succes. Noodgedwongen begon men vanaf
de jaren 1630 het eiland zelf te exploiteren, en zowaar: dit bleek een schot in
de roos. Taiwan werd zelfs de eerste landbouwkolonie van de VOC. De aanplant van
suiker en rijst verliep voorspoedig en dit zouden belangrijke Taiwanese
producten blijven tot halverwege de 20e eeuw.
Door dit economische succes was de de leiding van de VOC op het eiland Taiwan
inmiddels gaan zien als haar territoriaal eigendom. Bestuurd werd vanuit kasteel
Zeelandia, het grootste Hollandse fort in Azie in die tijd. Het werd gebouwd op
een landtong aan de westkust. Overblijfselen ervan zijn nog altijd te zien, maar
zijn inmiddels omringd door de bebouwing van de moderne stad Tainan. De huidige
Taiwanese regering heeft grootste plannen met Zeelandia en de andere
overblijfselen uit de VOC-tijd. Verdere conservering is in de planning, een en
ander in afwachting van financiele en technische know-how.
 Overbijfselen van fort Zeelandia
De in Den Haag gevestigde architect Holger de Kat is gespecialiseerd in
restauraties van monumentale bouw. In Japan is hij betrokken bij de
reconstructie van twee Hollandse packhuijsen in Hirado. Hij was afgelopen
oktober te gast in Taiwan en bezocht onder meer de overblijfselen van forten
rond Tainan. Met name voor fort Zeelandia (zie foto hierboven) ziet hij goede
mogelijkheden voor verdere conservering en vaststelling van alle fases van bouw
die aan het oorspronkelijke fort zijn toegevoegd: "Het is zeker dat het fort
eerst is opgebouwd uit palissaden, die later zijn vervangen door gemetselde
bakstenen muren. De oorsprong van de stenen vraagt nader onderzoek, maar het
lijkt al zeer onwaarschijnlijk dat deze uit Batavia zijn aangevoerd. Een groot
geluk is dat we kunnen beschikken over plattegronden en geveltekingen tekeningen
uit die tijd. Op de betrouwbare afbeelding van David de Solemne uit circa 1635
is duidelijk architectuur van het toenmalige Zeelandia te zien".  Tekening van fort Zeelandia door David Solemne (ca.
1635).
In elk geval staat eerst nieuwbouw van het National Museum of History op
stapel. Naar verwachting wordt dit in 2004 geopend en krijgt het een nieuw,
veelzeggend, naambordje op de deur: 'National Taiwan History Museum'. Het museum
wordt gesitueerd in een ecologisch park van zoutwater flora en fauna. De keuze
van lokatie, ten noorden van Tainan, geeft al aan dat de Hollandse periode een
belangrijke plaats in het museum zal innemen. In de stad Tainan zijn tevens
overblijfselen te zien van het Hollandse fort Provintia. Op een landtong in
de binnenzee waaraan ook Zeelandia was gebouwd, lag de redoute Zeeburg waar bij
eerste orienterende opgravingen omgevallen muren zijn gevonden en resten
keramiek. Tot slot is er fort Vlissingen, waarvan de funderingen nog moeten
worden gelokaliseerd. Goed intact is voorts het fort Anthonij, in het Chinees
Hongmaocheng (Fort der Roodharigen) geheten, even ten noorden van de Taiwanese
hoofdstad Taipei. Deze versterking was gebouwd door de Spanjaarden (Fort San
Domingo) en werd na korte strijd door de Hollanders veroverd. Ook het Spaanse
kasteel in Keelung werd op de Spanjaarden veroverd.
Tot een volledige 'pacificatie' van het eiland door de VOC is het echter
nooit gekomen. De winsten uit de landbouw waren weliswaar gigantisch, maar onder
de oppervlakte smeulde het. De genoemde opstanden onder aboriginals en Chinezen
bezorgden de Hollanders handenvol werk en tevens dreigde gevaar van buiten. Een
gevaar, dat door miscommunicatie met de Hoge Regering in Batavia niet op tijd
werd herkend en uitliep op het verlies van Taiwan.
In China rommelde het. De laatste Ming-keizer had zich in 1644 in Peking
verhangen waarop een nieuwe dynastie, die van de Qing, in het zadel kwam. De
werkelijke macht moest echter nog flink worden bevochten. Zo huisde in China's
zuidoosten een Ming-loyalist, de koopman-avonturier Cheng Zhenggong, die zijn
basis had aan de kust, tegenover Taiwan.
Deze Cheng, door de Hollanders Koxinga genoemd, werd door de Qing-legers
steeds verder in het nauw gedreven. Een uitgelezen toevluchtsoord was uiteraard
Taiwan. Met een aanzienlijke vloot jonken en zo'n 25.000 soldaten verscheen
Koxinga op 30 april 1661 voor de Taiwanese kust. Al na vier dagen moest de VOC,
die slechts beschikte over ruim duizend manschappen en een kleine kruitvoorraad,
het kleine fort Provintia opgeven. Langer duurde het beleg van het veel sterkere
fort Zeelandia, maar ook daar werd uiteindelijk in januari 1662 de witte vlag
gehesen. Op het plein bij de ruines van Provintia staat een moderne bronzen
beeldengroep, voorstellende de gouverneur op Taiwan, Coyet, die met gebogen
hoofd de fiere veldheer Koxinga tegemoet treedt (Zie foto). Koxinga betrok met
zijn clan fort Zeelandia, maar overleed nog geen jaar later. Zijn zoon en
vervolgens kleinzoon, die hem opvolgden, hielden niet lang stand. In 1683
veroverden de Qing-legers het eiland.  Coyett geeft
zich over aan Koxinga.
Zo kreeg een op zich succesvol VOC-avontuur
een abrupt en definitief einde. Batavia had te laat en met veel tegenzin
gereageerd; men vond de roep om hulp vanuit Zeelandia maar 'oud wijfs ijdel
geklap'. Zowel in Zeelandia als in Batavia werd geweifeld en getwijfeld, wat
leidde tot grote beoordelingsfouten van de situatie. De onderlinge rivaliteit en
slechte verhoudingen verergden de zaak nog verder. In modernere tijden was deze
'val van Taiwan' zeker met een parlementaire enquete geeindigd.
Koxinga wordt sinds mensenheugenis als een nationale held beschouwd in zowel
China als Taiwan - en ook een beetje in Japan, omdat Koxinga's moeder Japanse
was. Zo staat in Xiamen (Amoy) een reusachtig uit beton opgetrokken standbeeld
van hem aan de diepzee-haven met zicht op Taiwanees grondgebied, als ware hij
gereed om opnieuw richting Taiwan op te trekken. In de Volksrepubliek China
wordt een beeld van hem geschetst als verdrijver van de 'imperialisten van
Taiwan'. "Belangrijker nog", aldus professor Chen, "is dat hij in China wordt
gezien als de man die de 'herovering van Taiwan' mogelijk maakte. Hij fungeert
als symbool om de natie bijeen te houden".
Op Taiwan wordt hier vanzelfsprekend anders over gedacht. Chen Kuo-tung: "De
meeste historici op Taiwan, onder wie ikzelf, willen de verovering door Koxinga
niet benadrukken als een heroische daad. Wij worden immers nog altijd bedreigd
door de Volksrepubliek, zoals een aantal jaren geleden met de raketoefeningen
voor onze kust. Een hernieuwde verovering is het laatste dat wij wensen. Wij
beschouwen Koxinga niet als de man die Taiwan heroverde, zoals op het vasteland
wordt gesteld, maar als degene die Taiwan overnam. In die zin neemt de periode
Koxinga een belangrijke plaats in in onze geschiedenis en daarom ook zijn de
herdenkingen in 2002 niet alleen gericht op de VOC periode, maar ook op de
herdenking van Koxinga's komst in 1662. Beiden zijn deel van ons verleden".
Intussen werken historici als professor Chen naarstig aan het zichtbaar maken
van het verleden. Zij worden ondermeer gesteund door de VN organisatie Unesco,
die medefinancierder is van projecten als TANAP en de Atlas of Mutual Heritage.
Het TANAP (Towards a New Age of Partnership) project is dit jaar gestart onder
leiding van de Leidse historicus en sinoloog prof. Leonard Blusse. Dit heeft als
doel onderzoekers uit ex-VOC gebieden ondermeer 17e eeuws Nederlandse te leren,
zodat zij VOC bronnen toegankelijk kunnen maken in eigen land. TANAP-coordinator
voor Taiwan is professor Chen; volgend jaar gaan de eerste jonge Taiwanese
onderzoekers aan de slag.
Het twee jaar geleden in Den Haag gestarte Atlas-project heeft als doel een
digitaal museum, met voornamelijk beeldmateriaal, te creeren waarin alle
gebieden uit de VOC-periode worden beschreven. Tot slot wordt gewerkt aan een
Culturele Databank van Taiwan, eveneens een digitaal museum, maar dan
uitsluitend over de perioden uit de Taiwanese geschiedenis.
Al met al is er voldoende stof om in Taiwan in 2002 flink uit te kunnen
pakken met exposities en congressen. Het National Palace Museum te Taipei (dat
duizenden kostbare kunstwerken bevat uit Chinese keizerlijke collecties die in
1949 door Chiang Kai-shek op zijn vlucht naar Taiwan zijn meegevoerd) krijgt
volgend jaar zomer vrijwel de gehele VOC-afdeling in bruikleen van het Westfries
Museum in Hoorn. Directeur van het Westfries Museum Ruud Spruit: "Toen het
Palace Museum ons om de bruikleen vroeg moest ik even slikken: zoveel materiaal
uitlenen, en dat in ons VOC jaar. Toch hoefden we niet lang na te denken; het is
fantastisch dat tenminste een VOC-land zo'n belangstelling heeft voor dat stukje
verleden". Hoorn had nog meer in de aanbieding: de 17e eeuwse tegelexpositie
'Dieren op Tegels', een samenwerking tussen Hoorn en het Nationaal Tegelmuseum
Otterlo, die van 9 juni tot 2 juli aanstaande te zien is in Hoorn, verkast
volgend jaar tijdelijk naar het Taiwan Ceramic Centre.
Dat het Taiwanese publiek belangstelling heeft voor de Hollandse periode is
vorig jaar al duidelijk geworden. Toen trok een fraaie, breed opgezette
expositie over de Hollanders in Taiwan duizenden bezoekers en werd het boek bij
de expositie verkozen tot boek van de maand. Sporen van de Hollandse
aanwezigheid zijn dan ook lang na 1662 zichtbaar gebleven. Zo schreven de
aborigines nog tot eind 18e eeuw het Hollandse alfabet, met ganzenveer. Niet
alleen op papier, maar ook als tattoo op het lichaam. Tot begin vorige eeuw was
het woord 'pak' gebruikt om 'pacht' aan te duiden - dat woord heeft een eigen
Chinees karakterteken gekregen.
En, zoals waarschijnlijk in elk ex-VOC gebied, zijn er mensen die claimen af
te stammen van Hollandse voorouders. Onderzoeker Chiang: "Vooral in en rond
Tainan zijn mensen te vinden met lichter haar en lichtere huidskleur en iets
on-Chinese gelaatstrekken". Chiang wijst erop dat de aborigines toestonden dat
hun vrouwen contacten hadden met de Hollandse kooplui. Professor Chen acht het
ook goed mogelijk dat het afstammelingen betreft van Hollandse vrouwen, die
waren achtergebleven in gevangenschap van de avonturier
Koxinga.
Laatst gewijzigd op:
6-11-2005
|