Rondje klassieke cultuur: Chinareis Shanxi en Henan
Geledraak.nl op zoek naar de
klassieke cultuur in China. Een korte maar indrukwekkende rondreis met Beijing
als begin- en eindpunt, door de provincies Shanxi en Henan. Wat is er in deze
kerngebieden van de Chinese oude beschaving nog overgebleven? De reis leidde tot
aardige ontdekkingen, het doodstille boeddhistische grottencomplex Tianlongshan
bijvoorbeeld. Maar ook tegenvallers: van de glorierijke geschiedenis van Kaifeng
bleek niet veel meer over. Al met al een aanrader voor reizigers die in korte
tijd relatief veel willen zien!
 Meisje oefent kalligrafie op straat met penseel en
water
Tekst en foto's © Marilou den Outer/Geledraak.nl, februari 2003. Foto's
Shaolin © Arthur R. Gotlieb (Dit artikel is, in iets andere vorm, tevens
gepubliceerd in reismagazine Azië (febr./maart 2003)
Inleiding China gaat er prat op een '5000 jaar
oude geschiedenis' te hebben. Reizigers die in een groepsreis China aandoen zien
daar meestal maar een fractie van terug. Het terracotta leger van China's eerste
keizer in Xi'an, de Verboden Stad en de Muur in Beijing en misschien een bezoek
aan een museum - dit zijn zo de 'must see's'. Buiten die gebaande paden is
natuurlijk veel meer te zien in het onmetelijke China. Individueel reizen is de
laatste jaren steeds gemakkelijker geworden, ook voor mensen die de taal niet
machtig zijn. Hier een verslag van een rondje klassiek China met Beijing als
start- en eindpunt.
Routekaartje

Het was een reis van uitersten. Waar klassieke toppers werden verwacht,
bleken die soms totaal verdwenen; weggevaagd in de drang naar modernisering.
Plekken die niet of nauwelijks waren beschreven in de reisgidsen ontpopten zich
soms als verrassende ontdekkingen. This is China.
Het begon al in Beijing, hoofdstad van vele dynastieën. Hoogtepunten blijven
hoogtepunten, ook al worden ze omzoomd door wolkenkrabbers en vierbaanswegen. De
Grote Muur, de Verboden Stad, de Tempel van de Hemel zijn stuk voor stuk de
moeite waard. Wie nog de oude hofjewoningen in smalle steegjes wil zien, de
hutongs, moet echter wel voortmaken. De afbraak ervan is in volle gang. Beijing
wil in 2008, als de Olympische Spelen er plaatsvinden, vooral een moderne stad
zijn. Muren waarop het karakter 'chai' (slopen) staat geschreven zijn misschien
morgen al met de grond gelijk gemaakt.
Taiyuan: Zhenguo en Shuanglin
tempel Snel verder dus maar, naar Taiyuan, de hoofdstad van de
aangrenzende provincie Shanxi. We slaan de waarschuwingen van de reisgidsen in
de wind, die zeggen dat Chinese provinciehoofdsteden oorden zijn waar je beter
zo snel mogelijk weer uit kan vertrekken. IJzeren Hein-ig nemen we onze intrek
in een dertien in een dozijn hotel aan een van de hoofdstraten. Buiten op straat
waait het woestijnzand door de straten en zowel overdag als 's avonds hangt er
een okergeel-stoffige atmosfeer.
De volgende dag vertelt de gids dat Taiyuan en omgeving economisch drijven op
de kolen- en staalindustrie. Veel staatsbedrijven sluiten hun poorten, er is
veel werkloosheid. Hebben de reisgidsen toch gelijk? De brochure van het
staatstoerismebureau roemt Taiyuan als een 'stad met grote charme' en noemt de
Shanxi de provincie met de meeste intacte cultuur-historische plekken in heel
China. Op zoek dus maar.
Shanxi is al eeuwenlang bevolkt geweest door Chinese en niet Chinese
(nomadische) bevolkingsgroepen, die nog talloze sporen hebben nagelaten. In het
noorden is er Datong, bekend om zijn prachtige boeddhistische grottencomplex
Yungang uit de 5e eeuw. Taiyuan, destijds Jinyang geheten, was van de 6e tot de
10e eeuw regelmatig de dynastieke hoofdstad. Uit die perioden stammen nog enkele
kleine maar uiterst fijne cultuur-historische bezienswaardigheden.
De Zhenguo tempel bijvoorbeeld, nu wat geisoleerd gelegen, nabij een
dorpje in de richting van de stad Pingyao. De tempel is gebouwd tijdens de
Mongoolse Yuan-dynastie (1279 - 1368). Een van de gebouwen heeft een
'paraplu'-dakconstructie van nog ouder datum. Dit is het enig overgebleven
voorbeeld van deze architectuur in China. In de diverse tempelgebouwen staan
talloze houten beelden uit diverse dynastieën en een rozentuin completeert het
geheel. Wie deze tempel in de huidige staat en atmosfeer wil zien, moet er snel
bij zijn. Waarschijnlijk dit jaar start de restauratie op moderne Chinese wijze:
'het oude restaureren opdat het oud lijkt'. Te modern, te opzichtig naar
westerse smaak.
Verder dus maar naar nog een oude tempel: de Shuanglin tempel. Hier
is het niet zozeer de architectuur die de aandacht trekt, maar de unieke houten
beelden. Zo is er de schitterende boeddhistische wachter (weituo): een bonk
expressie, met twee gezichten, en diverse ogen die je overal lijken te volgen.
In een andere hal arhats (of lohans, leerlingen van Boeddha), gekleed in gewaden
uit diverse windstreken, en elk met een andere gezichtsuitdrukking. Ze zijn
vervaardigd in de Song-dynastie (960-1279). Hoe ouder, hoe groter de
artisticiteit, vat de gids samen. Dat wordt in een tempel als Shuanglin goed
geillustreerd. De fraaiste, meest verfijnde beelden stammen van voor de
Ming-dynastie (1368-1644).
De Shuanglin tempel is net als de andere tempels vooral een dorpstempel.
Lokale bezoekers komen met name voor de dorpsgod, om te bidden voor een goed
oogst. Of voor de godin van de vruchtbaarheid. In de hal aan de linkerzijde kan
worden gebeden voor een meisje, aan de rechterzijde voor een jongen - of een
tweeling.
Pingyao - schilderachtig ommuurd
stadje Iets verderop ligt het stadje Pingyao. Dit is een
razendsnel rijzende ster onder de toeristische attracties. In de zomermaanden
bevolken dagelijks duizenden bezoekers, met name Chinese, de smalle straatjes.
Wij genieten dus volop, op deze rustige, fris-heldere novemberdag. We dwalen
rond in de pittoreske omgeving en lopen ongestoord over de zes kilometer lange
en twaalf meter hoge muur die het stadje omsluit. Alleen het geroep als 'hello,
hello! dinner?' (het is dan elf uur in de ochtend) laat zien dat het stadje
drukkere tijden kent. Overigens zijn de restaurantjes zeker de moeite waard.
Sfeervol ingericht en eenvoudig doch heerlijk eten.
Pingyao was vroeger het financiële centrum van de provincie Shanxi en wijde
omgeving. Overal waren kleinere banken gevestigd. Een ervan is in originele
staat te bezichtigen. Dag en nacht was hier personeel aanwezig om het aanwezige
geld te bewaken. Ze sliepen op op typisch Noordchinese wijze: op de kang, een
stenen bed met bodem-verwarming. Eind 19e eeuw waren de gouden tijden voor de
banken. Ze hadden kantoren tot in Tokio toe en in alle filialen was het mogelijk
je geld op te nemen. Er kwam een abrupt einde aan dit systeem toen buitenlandse
banken werden toegelaten en de heersende Qing-dynastie een eigen stelsel van
banken begon.
Sinds de jaren negentig van de 20e eeuw is Pingyao een toeristische attractie
en is door de VN organisatie Unesco aangewezen als cultureel erfgoed. Net als
bij de Zhenguo tempel geldt hier: wees er snel bij. Niet alleen het aantal
bezoekers neemt ras toe, ook hier hebben de lokale autoriteiten grootse plannen.
Binnen vijf jaar moet tweederde van de bevolking de stad uit, om plaats te maken
voor meer restaurants, hotels en winkels. Bezoekers gaan toegang betalen bij de
kassa aan de stadspoort, als ware het de Efteling.
Jinci tempel en Tianlongshan
grotten Een veel geroemde attractie nabij Taiyuan is de Jinci
tempel. Drukker bezocht dus dan de Zhenguo en de Shuanglin tempels, maar
wie daar doorheen kijkt kan ook hier volop genieten. Het is een uitgestrekt
complex, eerder park-achtig, met eeuwenoude bomen en heldere
bronwaterstroompjes.
 In de parkachtige omgeving van de Jinci tempel
De tempel is in de Sui-dynastie, rond 600, gebouwd, duizend jaar later
herbouwd en vervolgens zwaar gebombardeerd tijdens de Japanse bezetting in de
Tweede Wereldoorlog. Alleen de pagode bleef ongeschonden, de rest is na de
oorlog - zeer geslaagd - in originele staat teruggebracht. Veel oude beelden
hebben de tand des tijds, inclusief de verwoestende Culturele Revolutie in de
jaren zestig, wel goed doorstaan. Zoals de 43 vrouwen rond de Heilige Moeder
(11e eeuw) en de hofhouding, in beschilderd terracotta. Ze geven een prachtig
beeld van kleding en haartooi uit de tijd van de Song.
Vlakbij de Jinci tempel liggen de grotten van Tianlongshan. Echt
beroemd buiten China zijn ze niet; er zijn veel bekendere boeddhistische
grotcomplexen. Des te verrassender is ons bezoek. Al op de toegangsweg, de berg
op, is de rust opvallend. Eenmaal aangekomen blijken we inderdaad de enige
bezoekers te zijn. Geen bewakend personeel, geen toerist, geen stalletjes, geen
luidspreker-geschal, zelfs niet uit het dal onder ons. Unieke stilte! Voor ons
liggen tientallen grote en kleine nissen, uitgehouwen in de bergwand.
Al spoedig blijkt dat wij weliswaar vandaag de enigen zijn, maar dat voor ons
al menig mens hier voet heeft gezet. De meeste beelden in de nissen zijn zwaar
beschadigd: de koppen eraf. Japanse wetenschappers hebben voor de Tweede
Wereldoorlog onderzoek gedaan in deze grotten en publiceerden er een fotoboek
over. Tijdens de oorlog in China heeft menig Japanse bezetter letterlijk zijn
slag geslagen.
Maar, zo vertelt de gids er fijntjes bij, ook in Nederland zijn twee koppen
van boeddhabeelden van Tianlongshan te vinden. Bij navraag in Nederland blijkt
dat een ervan mogelijk in de collectie van het Rijksmuseum voor Volkenkunde in
Leiden aanwezig is. We zetten we onze ontdekkingstocht voort en genieten van elk
beeldje, compleet of niet. We klimmen langs de ladder omhoog en staan oog in oog
met een metershoog beeld van Sakyamuni Boeddha, meer dan duizend jaar geleden
uitgehouwen uit de rotswand. In andere nissen zijn vervaagde, maar toch
prachtige fresco's in pasteltinten te zien.
Henan: Luoyang, Longmen
grotten
Het wordt tijd voor de volgende etappe van ons rondje
klassiek China. We gaan op weg, per comfortabele nachttrein, naar de provincie
Henan, letterlijk: 'ten zuiden van de Gele Rivier'. Bij het ochtendgloren wordt
duidelijk dat we in een 'ander China' zijn beland. Het landschap is
vriendelijker, groener. Henan is een landbouwprovincie. 'Aya, en zo vreselijk
arm', aldus onze coupegenote, een well to do zakenvrouw uit Taiyuan. 'Hebben
jullie in Nederland ook van die kleine huizen?', vraagt ze, met een meewarige
blik uit het raam.
We stappen uit in Luoyang, een belangrijke
wieg van de Chinese cultuur. Anno 2002 is hier niet bar veel van over. Het is
een stad als zovelen in China, volop bezig aansluiting te zoeken bij de moderne
tijd. Enkele jonge ondernemers hebben dure kledingzaakjes geopend aan de
hoofdstraat, maar veel klandizie hebben ze niet. Uit gesprekken in de English
Speaking Corner tegenover het Vriendschaps Hotel blijkt dat de vooruitzichten
voor de inwoners van Luoyang niet zo gunstig zijn. Ook hier weer verhalen van
ontslagen arbeiders en van ouders die hun kinderen het liefst aan een
Amerikaanse school zouden zien studeren. We moeten de stad uit om het oude
Luoyang te ontdekken.
Absolute topper is het bezoek aan de Longmen
grotten. Boeddhabeelden van majestueus groot tot fijn maar klein,
uitgehouwen in de rotswanden langs de Yi-rivier. Oorspronkelijk stonden er
100.000 beelden, gemaakt in de 7e en 8e eeuw. Trots middelpunt van het complex
is de beeldengroep uit de 7e eeuw, gemaakt in opdracht van de keizerin Wu
Zetian. Het gezicht van de 17 meter hoge boeddha Vairocana zou geinspireerd zijn
op het gelaat van de keizerin. Aan weerszijden van de boeddha staan al even
ontzagwekkende boddhisatva's, verlichte figuren die hun streven naar het
bereiken van het Nirwana uitstellen om de mensen op aarde te kunnen helpen.
Enkele kilometers ten noorden van de stad is het museum van oude graftombes.
Dit openluchtmuseum bevat enkele tombes uit de Han-dynastie. Helaas is de opzet
niet erg geslaagd. Er zijn niet veel voorwerpen te zien en er is weinig
Engelstalige uitleg.
Shaolin:
Kungfu centrum ; Song-graven bij Gongyi Alom sterk aangeprezen wordt
een uitstapje naar het beroemde Shaolin klooster. Volgens de legende
werd het in de 5e eeuw gesticht door een Indiase Zen-monnik. Monniken
in dit klooster hebben de wereldwijd bekende kungfu-stijl ontwikkeld, een serie
bewegingen voor verdedigingstechnieken. Jongeren uit China en ook uit het
buitenland zijn in Shaolin te zien tijdens hun dagelijkse oefeningen. Voor
niet-liefhebbers heeft Shaolin niet veel te bieden. De tempelcomplexen zijn een
waar Chinees Volendam. Hoge toegangsprijzen, veel toeristen en veel schallende
luidsprekers. De enige plek die nog origineel is, is het Shilin Ta, het woud van
stenen pagodes, een voor elke abt van het klooster.
 Shaolin tempel, foto Arthur Gotlieb
We laten Shaolin achter ons en nemen een taxi naar een minder goed beschreven
plek: de Song graven, nabij het stadje Gongyi. Middenin het schijnbaar
niets houdt de taxi stil. We kopen een toegangskaartje voor een miniem bedrag
aan een verlaten loket. Al vanaf grote afstand zien we het: onze dag is
geslaagd. Langs wat ooit een fraaie weg moet zijn geweest staan rijen
schitterende stenen beelden, meer dan manshoog. Wachters en dieren van mythisch
tot aards flankeren de Heilige Weg die leidt naar de grafheuvels van zeven
keizers uit de Noordelijke Songdynastie (10e-12e eeuw). Het sobere zwartwit
foldertje meldt dat de beelden tot de best bewaarde stenen beelden bij
keizersgraven in China behoren. Dit is het China waar we naar zochten. En: we
zijn opnieuw alleen!
Zhengzhou
- Kaifeng We maken ons op voor de laatste etappe. De
provinciehoofdstad Zhengzhou is precies zoals de gidsen haar
beschrijven. Modern, dertien in een dozijn. Ons doel is echter het niet lang
geleden geopende provinciaal museum. Voor de ware liefhebber van kunst en
historie is een dag niet voldoende om alle fraais te bekijken. Topstukken uit
alle dynastieën, duidelijk in het Engels toegelicht via een hoofdtelefoon.
Op ruim een uur busafstand van Zhengzhou ligt Kaifeng. Het is de
laatste dag voor vertrek naar uitgangspunt Beijing. Niet veel tijd meer dus,
maar de verleiding is groot. Eeuwenlang woonde hier een aanzienlijke groep
Chinese Joden. Rond het jaar duizend was Kaifeng als keizerlijke hoofdstad een
moderne, bloeiende metropool met elegante paviljoens en pagodes. Hoe weinig
tastbaars is daar van over. Het schamele plaatselijk museum bevat nauwelijks
herinneringen aan de glorieuze dagen van de stad en ook over de joodse
gemeenschap geen informatie. Een groot deel van het museum herbergde tijdens ons
bezoek bovendien een anti-Falungong tentoonstelling, met gruwelijke foto's van
zelfmoorden van aanhangers van deze in China verboden geloofsbeweging. In de
stad, in parken, hangen bordjes die waarschuwen 'niet deel te nemen aan
bijgelovige activiteiten'. Dat waren we niet van plan.
Wat we zoeken is het oude Kaifeng en we bezoeken de hoofdattractie van de
stad, de IJzeren Pagode (Tieta). Een prachtige slanke pagode, met tegels
die zo zijn geglazuurd dat ze van ijzer lijken te zijn. Maar het hoogtepunt van
Kaifeng ligt toch weer in het onverwachte. Op de stadsplattegrond staat nog een
pagode vermeld, aan de zuidkant van de stad. De reisgids rept er niet over. Na
wat zoekend rondlopen in een woonwijk vinden we hem, ingeklemd tussen de huizen.
 Pagode: Fan ta
Hoog is deze Fan Ta niet,
hij heeft in zijn duizendjarig bestaan nogal wat te lijden gehad en staat er bij
als een afgeknotte molen. Maar hij is breed, robuust, indrukwekkend.
Kaartspelende omwonenden verkopen ons een kaartje, voor een kwart van de prijs
van een ticket voor de Tie Ta. We beklimmen de trappen, bewonderen de kleine
boeddhabeeldjes aan de buitenzijde en genieten. We zijn weer alleen - het kan
nog steeds, in een land met een miljard inwoners.
De nachttrein brengt ons comfortabel en snel naar Beijing waar we om zeven
uur 's ochtends opgaan in de menigte van het West Station.
Reisinformatie
Ligging: De provincies Shanxi en Henan liggen in
noord/midden China, ten zuiden/zuidwesten van Beijing, de hoofdstad van China.
Bereikbaarheid: Beijing is te bereiken met directe en
indirecte vluchten vanuit Amsterdam en Brussel. Van Beijing naar Taiyuan in
Shanxi zijn er vlieg, - trein-, en bus (ruim vijf uur) verbindingen. In Shanxi
en Luoyang zijn goede tot uitstekende trein- en busverbindingen. Van Zhenghzou
naar Beijing rijdt een comfortabele nachttrein (duur ca tien uur).
Klimaat: Shanxi: koude winter, hete zomer. Henan: lange
droge winter, hete natte zomer. Beste reistijd: Beste reisseizoen voor beide
provincies: herfst, met veel heldere droge dagen en temperaturen van ca. 8-18
graden. Opmerking: in periode van droogte is het park rond de Tianlongshan
grotten (Shanxi) vaak gesloten, wegens brandgevaar. Voor de liefhebbers:
Luoyang (Henan) is DE pioenenstad van China. Bloeitijd: ca 15-25 april.
Gezondheidsadvies: Henan en Shanxi zijn geen
malariagebieden. Voor meer informatie over gezondheid op reis, zie elders op
GeleDraak.nl Tours: Voor adviezen en boekingen voor
Henan en Shanxi kunnen individuele reizigers oa. terecht bij Aziespecialist VNC
Travel in Utrecht. Voor adressen en links naar touroperators, zie elders op GeleDraak.nl.
U kunt de reis zo lang en zo kort maken als u wilt. In Shanxi zijn veel
meer bezienswaardigheden dan in de tekst vermeld. Zoals bijvoorbeeld Datong, met
de Yunganggrotten en het Hangende Klooster, of het berggebied Wutai, een van de
heilige gebergten uit het Chinees boeddhisme. Te bereiken vanuit Taiyuan of
Datong met de trein (naar Yuanping) en van daaruit de bus naar
Wutai.
Uitstapjes naar de Gele Rivier (Huang He) zijn te maken vanuit
Zhengzhou (25 km.), of Kaifeng (10 km.). Wie nog meer archeologie wil zien, kan
Anyang bezoeken. Vondsten tonen het bestaan van de Shang-dynastie aan (16e-11e
eeuw voor Chr.). Anyang ligt ten noorden van Zhengzhou, aan de spoorlijn naar
Beijing. Ook een bezoek aan de beroemde stad Xi'an, met o.a. het terracotta
leger van de eerste keizer van China, in de provincie Shaanxi kan er aan worden
vastgeplakt.
Nog enkele foto's van Shaolin, door Arthur
Gotlieb:



Laatst gewijzigd op:
26-6-2007
|