|
Rob Gifford: De Chinese weg. Van Shanghai tot Kazachstan, 2008, (vertaald uit het Engels 'China Road. A journey into the future of a rising power) Uitgeverij Balans, 340 pag.; ISBN 9789050188432. Prijs: 24,95 euro.
De Chinese weg - Rob Gifford
Het gebeurt niet vaak dat auteurs én tegelijk pakkend én zeer informatief schrijven. Rob Gifford slaagt daar uitstekend in met zijn beschrijving van zijn reis langs de G312, van Shanghai dwars door China naar de grens met Kazachstan Naarmate je het einde nadert betreur je het dat de weg G312 niet nog langer is dan 5000 km.
Gifford beloonde zichzelf na zes jaar correspondentschap voor de Britse National Public Radio in China met een afscheidsreis, dwars door China. Hij koos hiervoor de Chinese variant van de befaamde Amerikaanse Route 66, een reis in Giffords woorden 'langs de kwetsbare kanten van China'. Hij nam verschillende vervoermiddelen: liftend met vrachtwagens, taxi's of bussen, alles was goed zolang hij maar mensen kon spreken, interessante mensen.
Dat is hem bijzonder aardig gelukt.
Op het oog lijkt het oppervlakkig om met willekeurige buspassagiers en taxichauffeurs aan de praat te gaan. Maar het totaalbeeld dat het boek oplevert is een mooie dwarsdoorsnede van het hedendaagse China. Heel herkenbaar voor wie zelf door China reisde en waarschijnlijk even aansprekend voor iemand die nog nooit in China was. Alle thema's komen ongemerkt aan de orde: vervuiling, corruptie, economische groei,optimisme en pessimisme, de positie van niet-Han Chinese groepen, met name de Oeigoeren - maar bovenal gaat het om de plek van de gewone Chinees in dat enorme land. Bovendien voorziet Gifford de lezer waar nodig en vrijwel ongemerkt van de nodige historische achtergrondinformatie.
Zoals veel westerlingen die langere tijd in China verblijven heeft Gifford enigszins een haat-liefde verhouding met China. Liefde en bewondering voor het vaak enorme doorzettings- en incasseringsvermogen van de Chinees. Maar anderzijds haat en onbegrip over Chinees beleid, bijvoorbeeld het eenkindbeleid - wanneer hij in de bus in gesprek raakt met een vrouwelijke arts die werkt bij de gezinsplanning en schijnbaar onbewogen vertelt over gedwongen abortussen van 8e maands zwangerschappen. 'This is China', kan Gifford niet anders dan verzuchten.
Gifford maakt de lezer vaker deelgenoot van zijn tweestrijd: ogen sluiten en niets zeggen of juist ogen open en wel reageren. Bij de eenkind kwestie kiest hij voor het laatste, maar wel het met de nodige humor: In mijn land mag iedereen zelf weten hoeveel kinderen hij heeft zegt hij tegen een medepassagier. 'De staat mag niet ingrijpen in het persoonlijke leven van de bevolking. Ik breng dit punt altijd naar voren; het is mijn bijdrage, hoe klein dan ook, aan de totstandkoming van de revolutie'.(p.209)
Een heerlijk boek.
Laatst gewijzigd op:
17-5-2008
|